Hoogbegaafdheid wordt meestal het eerst zichtbaar in een cognitieve ontwikkelingsvoorsprong.
De belangrijkste signalen van ontwikkelingsvoorsprong bij kleuters zijn:

Kenmerken als intens beleven, grotere autonomiebehoefte en aanpassingsvermogen zijn minder bekend. Zelden zijn alle kenmerken in dezelfde mate zichtbaar, vaak wordt bij extra observatie het meeste wèl herkend.

Herkenning

We kennen ze allemaal wel, die kleine vroeg wijze kindjes met een hoogst volwassen taalgebruik. Soms aandoenlijk, op een onder moment erg opvallend, terughoudend of irritant. Je moet om ze Iachen, zegt hen niet zulke moeilijke vragen te stellen en eens naar de anderen te kijken hoe het wel hoort. Hun ouders wordt vaak geadviseerd hen niet zo vroeg wijs te maken, ze eens wat meer te laten spelen en minder te pushen. Was het maar zo simpel! Als ouder kun je kinderen nauwelijks pushen, die leerhonger komt uit hen zelf. En aanpassen is juist iets wat deze kinderen soms al te veel proberen, dat is het slechtste advies wat je kunt geven! Indirect wordt daarmee het kind verteld dat het niet goed is zoals het is, en juist deze kinderen vatten dat ook zo op.

Een plan hebben, met kans op mislukking

Een grote rol in de bijzondere ontwikkeling speelt het bewustzijn dat veel vroeger overheerst. Deze kinderen handelen dan (vaak eenmalig) doelgericht. Dit terwijl normaliter kinderen hun handelingen eindeloos kunnen herhalen om het plezier in de handeling. Ook denken hoogbegaafde kinderen na voor te handelen, waardoor er wellicht minder sprake is van spontaniteit. Zo’n handeling wordt niet opgeslagen in het lange termijn geheugen en zal later extra aandacht blijven vragen. Gevolg is aan de ene kant wel een cognitieve voorsprong, maar aan de andere kant minder geoefend en effectief op allerlei terrein. Op het moment dat het kind handelt met een doel voor ogen, ontstaat de kans dat het niet gaat slagen. Een flinke kans, omdat het kind vaak dingen probeert na te doen waarvoor het nog over onvoldoende vaardigheden beschikt. En dus grotere kans op falen en frustraties.
Er is soms heel wat inventiviteit en aanpassingsvermogen van ouders nodig om de juiste weg te vinden. Hoe geef je je kind afgestemde ruimte voor zijn ontwikkeling, dadendrang en voorkom je frustraties? Veel voorkomende problemen als te weinig doorzettingsvermogen en faalangst ontstaan vroeg. Hoe jonger je gericht probeert hierin te helpen en bij te sturen, hoe meer kans op langdurig resultaat.

Asynchrone ontwikkeling

Ga er niet van uit dat een kind zich op elk gebied even snel ontwikkelt. Dit brein kan vaak meer bedenken dat de lichamelijke vaardigheden toestaan. Er wordt meer informatie ontvangen en indruk opgedaan dan emotioneel goed verwerkt kan worden. De gedetailleerde waarneming kan meer indruk maken dan bedoeld was. De nauwkeurige waarneming van het gedrag van anderen, kan aanleiding zijn zich zo goed en zo kwaad als dat gaat aan te passen. ‘Doe wat de anderen doen, dat is kennelijk wat er hier van je verwacht wordt!’ Deze wisselende en soms onnavolgbare gedragingen maken het signaleren van ontwikkelingsvoorsprong niet makkelijk. 

Wat vooraf gaat, de vroegste ontwikkeling

Voor de expert zijn al bij baby’s signalen van de latere voorsprong zichtbaar. Zoals opvallend snel alles willen zien om zich heen, genieten van nieuwe prikkels. Snel dingen zelf willen doen, vasthoudend. Gevoelig voor geluiden, geuren, substanties, soms extreme reactie, frustratie. Ouders signaleren opmerkelijk gedrag, soms lopen zij al echt tegen problemen aan. Een baby hoeft niet al deze kenmerken te hebben. Maar baby’s die later hoogbegaafd blijken, zullen meestal meer dan een van deze kenmerken hebben

Het misverstand over de sociaal-emotionele ontwikkeling

‘Jullie kind is cognitief wel ver, maar moet sociaal-emotioneel echt nog groeien’. Dat krijgen ouders vaak te horen. Het is maar de vraag of dat inderdaad zo is. Soms is er een dusdanige voorsprong, dat er met kinderen van de eigen leeftijd weinig samen te doen valt. Ze hebben dan al andere interesses, spelen al moeilijkere spelletjes, hebben al hogere vriendschaps-verwachtingen. Met leeftijdsgenoten langer laten oefenen gaat dan niet werken, wat volgt is nog meer frustraties.
Daarnaast zijn een aantal aspecten mogelijk wel minder sterk ontwikkeld: Er kan door de bijzondere ontwikkeling minder geautomatiseerd en geoefend zijn in het aangaan van contacten. Als zelfs bij oogcontact en glimlachen vanuit het bewustzijn wordt gehandeld, valt dat op. Kinderen die worden overweldigd door hun indrukken, sluiten zich uit zelfbescherming soms af. En als informatie gedetailleerder en daardoor harder binnen komt dan bedoeld, kan de reactie wat overtrokken lijken. Nieuwe informatie opdoen en oplossingen bedenken gaat moeiteloos, waardoor er minder doorzettingsvermogen ontstaat. De dagelijkse praktijk laat hen zelden fouten maken, waardoor zij niet ervaren dat fouten maken mag en je juist van fouten kunt leren.
Het ontwikkelen van dergelijke vaardigheden of executieve functies, vraagt daarom extra aandacht en passende uitdagingen om ze te oefenen. Met uitleg en gerichte begeleiding kunnen kinderen hierin goed worden geholpen en hun eigen mogelijkheden beter leren benutten. Daarvoor is het nodig dat verzorgers weten wat er speelt èn wat werkt. Het zou fijn zijn als deze kinderen passende hulp krijgen, zodat zij zich kunnen ontwikkelen tot een evenwichtige en stabiele persoonlijkheid.

Waarom signaleren voor het kind naar school gaat?

Juist deze kinderen en hun ouders zien reikhalzend uit naar het moment dat ze naar school mogen. Bijvoorbeeld omdat het kind zijn speelkameraadjes naar school heeft zien vertrekken en het aanbod van de peuterzaal ontgroeid is. En het kind bij bezoekjes aan school aantrekkelijke materialen heeft gezien. Maar het valt dan tegen wat er in groep 1 voor nieuws te ontdekken en beluisteren valt. De alom geprezen structuur kan deze kinderen wel eens te weinig ruimte laten. Terwijl ouders in de afgelopen jaren geleerd hebben hoe tegemoet te komen is aan hun behoeften, op school zijn daar minder mogelijkheden voor. 
Om dergelijke redenen ontstaan er vaak juist problemen als het kind naar school gaat. Natuurlijk zijn er scholen (en individuele leerkrachten) die het prima doen, maar helaas ontbreekt vaak kennis en soms inzet. Als scholen willen aansluiten bij de ontwikkeling van kinderen, is in ieder geval signalering nodig bij intake.